Een handtekening onder een franchisecontract…
is niet altijd goud waard.
Stel: je bent een succesvol franchiseondernemer en je hebt een prachtige formule opgebouwd. Een kandidaat-franchisenemer tekent het contract, maar betaalt de afgesproken instapfee niet. Tot overmaat van ramp opent ze vlak daarna gewoon haar eigen zaak met een concept, die verdacht veel lijkt op de jouwe.
Logisch dat je direct naar je advocaat rent. Je wilt je geld zien, eist dat ze haar afspraken nakomt en wil koste wat kost voorkomen dat ze met jouw idee aan de haal gaat. Met rotsvast vertrouwen stapt een franchisegever recent naar de kortgedingrechter in Den Haag. Resultaat? Hij staat met lege handen.
De reden? Iets wat veel franchisegevers onderschatten: het proces vóór de handtekening telt wettelijk zwaarder dan de handtekening zelf.
De valkuil van de Standstill-periode
In deze Haagse zaak streepte de franchisenemer het complete contract door. Waarom? De franchisegever kon niet bewijzen dat hij haar minimaal vier weken vóór ondertekening alle verplichte informatie had gestuurd. Hij had geen e-mails, geen verzendbewijzen, niks. Alleen een ondertekend contract. En dat is volgens de wet simpelweg niet genoeg.
Sinds 1 januari 2021 geldt namelijk de wettelijke informatieplicht voor franchisegevers. In die verplichte rustperiode van vier weken (de standstill-periode) moet de franchisenemer alle cijfers, conceptcontracten en marktgegevens rustig kunnen bestuderen. Als franchisegever mag je in die periode niets aanpassen in je eigen voordeel en mag je de ander niet onder druk zetten om te tekenen of te betalen.
Sla je deze stap over, of kun je niet bewijzen dat je netjes vier weken hebt gewacht? Dan kan de franchisenemer de hele overeenkomst met terugwerkende kracht vernietigen.
Waarom "maar hij heeft toch getekend?" niet werkt
Het meest schokkende voor veel ondernemers is de bewijslast. Die ligt namelijk volledig bij jou als franchisegever.
Dat is een wereld van verschil met een 'normale' juridische discussie over misleiding of dwaling. Normaal moet degene die zich misleid voelt bewijzen dat er iets mis is gegaan. Bij het franchiserecht is dat precies andersom. De franchisenemer hoeft alleen maar te roepen: "Ik heb de stukken niet (op tijd) gehad." Vervolgens is het aan jou om tot op de minuut te bewijzen dat dat wél zo was. Geen waterdicht bewijs? Dan verlies je de zaak. Zelfs als je de papieren feitelijk wel op tijd op de post hebt gedaan.
Ook een beroep op de 'redelijkheid en billijkheid' redt je dan niet meer. De rechter bleef in Den Haag onverbiddelijk, zelfs toen de franchisenemer er vandoor ging met een concurrerend concept.
Kortom
Heb je na 1 januari 2021 franchiseovereenkomsten gesloten? Dan is de vraag niet óf je informatie hebt gedeeld, maar of je exact kunt bewijzen wat je wanneer hebt gestuurd.
Zorg voor een sluitend, digitaal archief met gedateerde e-mails en alle verplichte bijlagen, ruim vier weken vóór de krabbel. Dat is geen administratieve zeikstraal, maar de absolute ondergrens voor de houdbaarheid van je contract. Zonder dat bewijs sta je in de rechtszaal met lege handen; hoe oneerlijk dat gevoelsmatig ook is.
Allon Kijl is partner en advocaat bij ABC Legal. ABC Legal is een advocatenkantoor dat zich richt op het MKB (met een voorliefde voor de creatieve industrie) met specialismen in het ondernemingsrecht, contractenrecht, arbeidsrecht, mediarecht en intellectueel eigendomsrecht.
ABC Legal is een vaste partner van Legals.nl

