De advocaat als mediastrateeg

Door mr. A. Kijl en mr. F. De Wind

Vroeger had je als advocaat een zaak gewonnen zodra het rechterlijk oordeel in jouw voordeel uitviel. Tegenwoordig ligt dat anders. Er zijn veel meer factoren waar je bij het behartigen van de belangen van je cliënt rekening mee moet houden. In een door de media beheerste samenleving is dat in ieder geval: hoe ga je om met de pers?

Een strijd in twee arena’s

Veel cliënten werken in de media, zijn mediapersoonlijkheid of hebben als persoon of bedrijf een publieke functie. Dan is het essentieel dat je als advocaat vooraf nadenkt over de rol van publiciteit. Het gevecht wordt immers niet meer alleen in de rechtszaal uitgevochten, maar net zo goed in de publieke arena. Wie zich daarop niet voorbereidt, staat vanaf dag één met 1-0 achter.

Winst door de ogen van de toeschouwers

Samenwerken met de pers kan zowel voor als tegen je werken. Het vergt het inzicht van een volleerd schaker om daar goed mee om te gaan, omdat een rechtszaak die je juridisch wint in de praktijk alsnog als verlies kan voelen als je de media niet mee hebt – en soms is het precies andersom. Neem de zaak Yvonne Coldeweijer tegen Rachel Hazes, over de vraag of Coldeweijer Hazes een “gecremeerde kroket” mocht noemen. De rechter vond dat in dit geval het recht op eerbiediging van Hazes’ eer en goede naam zwaarder woog dan Coldeweijers recht op vrije meningsuiting, en beperkte haar uitlatingen daarom. Juridisch gezien verloren wij de zaak. Maar omdat het publiek deze beperking als buitenproportioneel en weinig passend bij het publieke profiel van Hazes ervoer, ontstond in de media al snel het beeld dat Coldeweijer was teruggefloten op een detail, maar in de kern mocht zeggen wat ze vond. Voor de buitenwereld had zij “moreel” gewonnen.

Als praten met de pers je zaak ondergraaft

Soms speelt de media ook een rol tijdens de zitting zelf. In de zaak van een andere BN’er die een biografie schreef waarin een derde zichzelf meende te herkennen en vond dat hij daarin niet rechtmatig werd geportretteerd, moest het recht op vrije meningsuiting door de rechter worden afgewogen tegen het recht op privacy. De rechter oordeelde dat deze derde zijn privacy-rechten deels had verspeeld door zelf uitgebreid met journalisten te praten. Had een advocaat hem vooraf gewaarschuwd dat hij daarmee zijn eigen juridische positie ondermijnde, dan was die stap naar de pers wellicht anders gezet – of helemaal niet.

De vasthoudende journalist

In een andere high profile zaak wilde een cliënt juist niets liever dan naar de media om zijn verhaal te vertellen. Wij vonden dat niet in zijn voordeel en moesten praten als brugman om hem te weerhouden een aanklampende journalist te woord te staan. Zijn privacy was geschonden; als benadeelde partij had hij alles mee. Maar als hij zichzelf vervolgens breed zou uitmeten in de pers, dreigde een klassiek pot-verwijt-de-ketel-scenario: wie publiekelijk klaagt over een inbreuk op zijn privacy, maar ondertussen zelf elk detail met de pers deelt, raakt zijn geloofwaardigheid kwijt. Door hem dat uit te leggen en hem te vragen het oordeel van de rechter af te wachten, behield hij zijn sterke positie – zowel juridisch als in de publieke opinie.

Zwijgen is goud; praten soms ook

Over het algemeen geldt een eenvoudige vuistregel – die ook het Koninklijk Huis hanteert: houd zoveel mogelijk je mond en reageer nergens op. In veel zaken is stilte nog altijd de beste strategie. Maar in sommige gevallen – en de kunst is om te herkennen wanneer – moet je het narratief juist naar je toe trekken en zelf de kaders neerzetten waarbinnen de pers gaat publiceren.

Het narratief naar je hand zetten

Zo voerden we recent opnieuw een zaak voor een BN’er waarin we in aanloop naar de zitting de kaarten zo dicht mogelijk tegen de borst hielden. Toen we een positief vonnis kregen én zagen dat er in de media twijfels werden geuit of dit oordeel wel rechtvaardig was, adviseerden we onze client om in te gaan op een verzoek van een landelijke krant om een groot interview te doen. Daarin kon hij rustig uitleggen wat er precies was gebeurd en waarom de rechter niet anders kon dan oordelen in zijn voordeel. Door ná de uitspraak zelf het verhaal te vertellen, trok onze client het publieke narratief naar zich toe op een moment dat de media al in volle vaart aan het duiden waren.

De snelle media versus de trage rechter

Soms kies je zelfs bewust voor de publieke arena in plaats van de juridische. Dat kan verschillende redenen hebben. Druk zetten – iets wat je als advocaat formeel niet mag – is er één van; tijd is een andere. Media werken nu eenmaal sneller dan de rechtspraak en fungeren ook vaak als breekijzer. In een zaak waarin een medewerker van een ministerie aan de bel trok omdat hij de verkoop van Nederlands bedrijf aan een Amerikaans bedrijf wilde voorkomen, adviseerden we hem met de pers te gaan praten. Zelfs een kort geding zou mogelijk te lang duren. En als een boom eenmaal gekapt is kan je procederen wat je wilt maar je krijgt de boom er niet meer voor terug. Daarbij kosten procedures veel geld, terwijl publiciteit in een paar dagen politieke vragen kan oproepen en het dossier in beweging kan brengen.

De advocaat van de toekomst

Een advocaat moet tegenwoordig dus van vele markten thuis zijn, maar vooral van de werking van de pers. In een recent gepubliceerd onderzoek van DRB naar de toekomst van de advocatuur komt naar voren dat kantoren zich het meeste zorgen maken hoe ze in de toekomst talent blijven aantrekken. We hopen dat ze daarmee ook bedoelen ‘talent voor omgaan met de media’. Een processtrategie is namelijk pas compleet als ook is nagedacht over de reputatie-impact van cliënt als de media ook ‘mee procedeert’. Het zou dan ook geen overbodige luxe zijn om ‘omgaan met de media’ een vaste plek te geven in het curriculum van de advocatenopleiding. Wie zich écht wil voorbereiden op de advocatenpraktijk van de toekomst, moet weten hoe deze tweede rechtszaal werkt.

Volgende
Volgende

Het Gelijk van Cruyff